Toen Johannes Theodorus Botter op 18 juni 1917 stierf, was er in Nederland geen haai die daarnaar kraaide. Er was geen condoleance, geen overlijdensbericht, nergens een hoekje in de krant.
Misschien niet wonderlijk voor een onwettige zoon van een Harderwijkse naaister. Maar toch wel een beetje voor de hoofdkleermaker van de Ottomaanse sultan Abdülhamid II, wiens borst volhing met Turkse ridderordes en onderscheidingen. Zo kun je als lokale Charles Frederick Worth (dixit een Franse baron) een volslagen onbekende Nederlander blijven.
Kosmopolitisch kleermaker
Botter had een prachtige herenmodezaak aan de Grande Rue de Péra, de mooiste winkelstraat van Istanbul. Sultan Abdulhamid II had het winkelpand hoogstpersoonlijk laten ontwerpen door zijn hofarchitect. Het kleermakersvak had Botter geleerd in Brussel, Parijs en Londen, en mogelijk daarvoor ooit met de paplepel ingegoten gekregen door ooms die militaire kleermakers waren.
Rond 1878 zette Botter met zijn vrouw en vijf kinderen voet op Istanbulse grond. Hij ging aanvankelijk aan de slag als coupeur bij een Franse firma, maar begon rond 1885 voor zichzelf. Zijn eerste naamsbekendheid bij de lokale bevolking lijkt hij te danken hebben gehad aan een moordaanslag, die hij ternauwernood overleefde. Of daar een zakelijke rivaal achter zat, zullen we vast te nooit weten komen. Maar het is zeker denkbaar dat andere kleermakers niet op hem zaten te wachten.

De nieuwe kleren van de sultan
Met mannenpakken van onderscheidende snit en een uitmuntende keuze aan stoffen, stootte Botter zijn concurrenten in sneltreinvaart van de troon. Zonder dat hij zich van valse beloftes of agressieve marketingcampagnes hoefde te bedienen. De combinatie van hoge kwaliteit en hogere prijzen dan gebruikelijk was een succesrecept. Al in 1889 wist de lokale krant Stamboul te melden dat koning Milan I van Servië was gesignaleerd bij Botter, ‘le tailleur anglais, qui habille le high-life de notre ville’.
Ook lokale Ottomaanse paleisbewoners en hoogwaardigheidsbekleders waren al snel om. In 1894 werd Botter benoemd tot terzi başı: hoofdkleermaker aan het hof van Sultan Abdülhamid II. Thuis als hij was in de laatste herenmodes – hij reisde regelmatig per trein naar Parijs – kleedde Botter de sultan niet alleen, maar verleende hij ook modeconsultancy avant la lettre. Wat dat betreft betekende ‘hoofdkleermaker’ ook geen exclusieve relatie: Botters firma mocht gewoon open blijven, en Abdulhamid bestelde ook pakken bij verschillende lokale én Parijse kleermakers.

Een vest tegen de kou
Er volgden vele onderscheidingen voor Botter – de Keizerlijke Orde van Mejidië, Orde van Osmanie en de Liyakat Medaille, voor wie het wat zegt. Naast een monumentaal atelier kon Botter grote zomerhuizen aan zee laten bouwen voor zichzelf en zijn drie dochters. Zijn vrouw, die in Europa als couturière had gewerkt, was nu een society-dame die samen met markiezinnen en echtgenotes van pasja’s liefdadigheidsbals organiseerde.
Soms zette de sultan Botter handig in bij het politieke spel dat hij moest spelen. Bijvoorbeeld om de Russische ambassadeur af te poeieren, die nog wel eens over kwesties wilde komen praten waar Abdülhamid helemaal geen trek in had. Uit goed fatsoen kon de sultan zo’n afspraak niet afzeggen. Bij aankomst vertelde Abdülhamid dan dat hij helaas, wegens gezondheidsproblemen, van zijn artsen niet over zaken mocht praten, maar dat hij zijn goede vriend de ambassadeur alsnog graag ontving. Om de banden goed te houden kreeg de ambassadeur na zo’n mislukte afspraak een warm wollen vest van Botter cadeau. Net zo een als de sultan zelf had (en dat hem al vele verkoudheden bespaard had!). Tegen het eind van zijn loopbaan zou de Russische ambassade een volle la met Botter-vesten hebben gehad.
De nieuwe kleren van de sultan (en de Jonge Turken, en Atatürk)
In de laatste jaren van zijn leven maakte Botter mee hoe Sultan Abdulhamid II werd afgezet en het Ottomaanse Rijk in een politiek roerige periode terechtkwam. Geen goede zaken voor verkopers van luxegoederen. Toch wisten ook de nieuwe machthebbers hun weg naar Botter te vinden.
Botter bleef verbonden aan het Ottomaanse hof, waar sultan Mehmed Reşad in 1909 aan de macht kwam. Hij hielp met het vormgeven van een nieuwe hofdracht voor mannen, die beter aansloot bij de heersende smaak. Tot dan toe werden mannenjassen aan het Ottomaanse hof tot de nek toe dichtgeknoopt. Mede dankzij Botter mochten het witte hemd en de das zichtbaar worden. Zelfs bij de typisch Turkse İstanbulin-jassen.
In de tussentijd wisten ook de mannen die helemaal van het Ottomaanse hof afwilden Botter te vinden. Verschillende Jonge Turken, die politieke hervormingen wilden om te breken met de absolute monarchie van het sultanaat, lieten zich door Botter kleden. Ook de Drie Pasha’s, die na een staatsgreep in 1913 aan de macht kwamen. Zelfs Atatürk kocht (toen hij nog gewoon Mustafa Kemal was) ten minste één zwart vest bij Botter. Zo stond een hofkleermaker kennelijk niet symbool voor alles wat men bezwaarlijk vond aan het Ottomaanse hof.

Onbetaalde rekeningen
Toen hij stierf had Jan Botter nog 199.147 francs tegoed van mannen die hun maatpakken op de pof hadden gekocht. Dat zou tegenwoordig bijna € 1.500.000 geweest zijn. Of zijn weduwe, Marie Botter, dat geld ooit gekregen heeft, is de vraag. Zijn schuldenaren waren niet altijd het soort mannen bij wie je even je hand ophield.
Zomaar een greep uit de selectie: de kedive (gouverneur) van Egypte. Prins Mohammed Ali, machthebber-in-de-wacht van Egypte en Soedan. Şehzade Mehmed Burhaneddin Efendi, een Ottomaanse prins die later met de Nederlandse socialite Georgina Mosselmans trouwde. En dus Enver, Talaat en Cemal Pasha, waarvan vooral Enver jarenlang bleef bestellen zonder te betalen.
Politici, legerleiders, diplomaten, paleisbewoners, bankiers, de componist van het Turkse volkslied, de samenstellers van het moderne Turkse alfabet, verschillende mannen die verdacht werden van moordaanslagen op Atatürk… Vertegenwoordigers van het oude Ottomaanse rijk en de nieuwe republiek Turkije konden lijnrecht tegenover elkaar staan, maar kwamen wel samen in de crediteurenboeken van Botter.
Bronnen
Teddi Dols, ‘John Th. Botter, Tailleur de Sa Majesté Impériale le Sultan, Een Nederlandse kleermaker in Istanbul’, 2012
‘Een Nederlandse kleermaker aan het Ottomaanse hof. Johannes Botter en zijn huis’, Monumentaal, no. 6, 2020
Hülya Tezcan, Tailors to the Court, 2008
Said Naum Perhani, Quand Beyoğlu s’appelait Péra, 1956
Documentatie rond de nalatenschap van Johannes Botter, Nationaal Archief
Douglas Scott Brookes, On the Sultan’s Service: Halit Ziya Uşaklıgil’s Memoir of the Ottoman Palace, 1909-1912, 2020
Emma Cochran Ponafidine, My life in the Moslem East, 1932
Stamboul, 1889-07-11


Plaats een reactie