De meesten van ons zijn gedwongen ons te verhouden tot modes waar we weinig invloed op hebben. Het is er, en wij doen mee, of we wijzen het af. Vervelend als er weer eens iets stoms in de mode komt, zoals botox of afritsbroeken. Maar meestal brokkelt onze weerstand vanzelf wel af als er maar genoeg mensen meedoen.
Fijn is ook dat de mode nu minder dwingend is dan vroeger. Er zijn machtige modehuizen en beroemdheden, maar niemand heeft eigenhandig de regie over waar de mode heengaat. Het modebeeld is veelvormiger geworden, met meer verschillende smaken om uit te kiezen. In de tijd van oer-couturier Charles Frederick Worth had het modieuze publiek iets minder ‘vrije keuzeruimte’. Het modebeeld was in de tweede helft van de 19de eeuw uniformer dan nu, en modehuis Worth had veel definitiemacht. Wie eenzaam aan de top van de couturewereld staat, heeft natuurlijk veel te zeggen over wat de hype van het seizoen wordt.

Een vreselijk gerucht
Toch had ook Worth geen absolute macht over de mode. Dat merkte hij in ieder geval, toen er eind 1892 oproer ontstond onder de Engelse high society. Daar gonsden vreselijke geruchten dat de crinoline een comeback zou maken. Na enkele ‘sluike jaren’ zou Worth gevonden hebben dat de tijd wel weer rijp was voor een voller silhouet. En dat was wel het laatste waar iedereen op zat te wachten.
Het kledingstuk dat men hekelde was die wijde hoepelrok die rond 1856 in de mode kwam. De vrees om die weer aan te moeten trekken was heftig. Om de zoveel jaar doken daar angstvisioenen over op, al doofden ze meestal vanzelf weer uit. Zo knipoogde satirisch tijdschrift Punch al in 1881 naar deze crinolinevrees met vrolijke anti-crinoline-liedjes en gedichten.
‘Tell me not in honeyed accents Crinoline will come once more,
That my soul must feel the trammels that I felt in days of yore;
Modesty, I own, forbids me to the public to reveal
All the tortures that I suffered in the period of steel;
(…) Who’s responsible, I ask you, for this strange portentous birth
Of an ancient hidden fashion, and an echo answers “Worth”…’

Samen in opstand
Eerlijk gezegd had ik me zelf ergere modieuze revivals kunnen voorstellen. Toen ik eens een namaak-crinoline aantrok, was ik positief verrast over het lichte gewicht en de persoonlijke ruimte die deze wijde rokken afdwongen. Maar voor de high society van toen was deze mode echt een no-go. And in their defense: grote hoepels zijn ook onhandig, japonnen schenen er vaak van in brand te vliegen.
Vandaar dat vrouwen het er in 1892 niet bij lieten zitten. Op verschillende plekken vormden zich anti-crinolinebonden (iets wat ook in de hoogtijdagen van de crinoline gebeurde). In de Engelse Anti-Crinoline League verenigden zich zeker 5625 crinolinehaters, die samen wilden afdwingen dat de hoepelrok niet zou terugkeren van weggeweest. Ook de populaire prinses van Wales (Alexandra, modieuze elite en voormalig crinolinedraagster, red.) gaf haar steun aan deze beweging.
Kranten wereldwijd berichtten over deze ludieke verzetsactie. En het verzet slaagde. Charles Frederick Worth verklaarde begin 1893 tegen de pers dat hij niets meer wilde weten van de crinoline. Hij stelde zelfs dat de crinoline meer iets was voor wilden, dan voor beschaafde mensen. Ook zijn zoon en opvolger Gaston liet zich negatief over hoepelrokken uit. Helaas voor de speculanten die alvast exemplaren hadden ingekocht, werd de crinoline 2.0 zo definitief de deur gewezen.

Worth versus de hoepelrok
Waar de geruchten in deze geschiedenis eindigen en de feiten beginnen, kan ik niet helemaal ontwaren. Misschien had de arme Charles Frederick Worth wel niets met al die crinolineroddels te maken. Maar stel dat er een kern van waarheid inzit, dan geeft dat wel wat perspectief aan de man die in de modegeschiedenisboeken wordt geroemd om het feit dat hij klanten niet liet bepalen wat hij voor ze maakte, maar zelf de mode dicteerde.
Zoals een alleenheerser bijna nooit alle macht voor zichzelf heeft, zo kon de ‘vader van de haute couture’ ook niet elk artistiek visioen dat in hem opkwam doorvoeren. De kaders van de smaak konden slechts beperkt opgerekt worden: de minirok had hij er in zijn tijd natuurlijk ook niet doorheen gekregen. En opper-couturier of niet, Worth bleef ook een zakenman die een zorgvuldig opgebouwde reputatie wilde beschermen. Dan maar een dagje niet ‘de man die voor vrouwen bepaalde wat ze droegen’.

Wie maakt de mode?
Het is jammer dat er geen notulen zijn van Worths ontmoetingen met zijn klanten. Daaruit zou wel eens kunnen blijken, dat trendsettende vrouwen meer impact hadden op de creaties van Worth, dan hen nu wordt toegedicht. (Dat zou ik althans leuk vinden – het blijft toch een treurig gegeven dat voor sommigen de mode pas echt begon, toen mannen voor vrouwen gingen bepalen wat ze aantrokken.)
Wat dat betreft was Worths zoon Gaston genuanceerder dan sommige geschiedschrijvingen nu. In 1893 (naar aanleiding van ‘komt de crinoline terug?’): ‘Toch moet u niet vergeten, dat wij [het huis Worth] niet alleen de modes aangeven en steeds nieuwe creëren, maar ons ook voegen naar hetgeen de toonaangevende dames graag dragen. Indien wij bespeurden, dat de dames weer naar de hoepelrokken overhelden, zouden wij ons haasten de crinoline weer in de mode te brengen‘.
Zo zien we maar weer: mode is vaker een samenwerkingsverband dan de opgelegde wil van een autocratisch genie. Na een modeshow krijgen we nooit de aftiteling te zien, zoals in de bioscoop. Maar ook de tijdsgeest, de makers, de dragers, de voorbeeldfiguren, de financiers en de marketeers komen credits toe.

Bronnen
Alison Adburgham, A Punch history of manners and modes, 1841-1940, 1961
Moore’s Rural New Yorker, 1893
Dagblad van Zuid-Holland en ‘s-Gravenhage, 18-1-1893
De Maasbode, 22-1-1893
Soerabaijasch Handelsblad, 24-2-1893
Launceston Examiner, 3-3-1893


Plaats een reactie